Jaarverslag 2017

(bedragen x € 1.000)

Afwijking      per Hoofdproduct

Afwijking   per programma

Gerealiseerd resultaat (Algemene dienst)

3.154

Gerealiseerd resultaat Grondbedrijf

1.452

Gerealiseerd jaarrekeningresultaat 2017

4.606

01

Veiligheid en handhaving

Overige afwijkingen

141

141

02

Werk en inkomen

HP602 Uitvoering uitkeringsregelingen

-1.692

HP621 Participatie

2.050

Overige afwijkingen

-22

336

03

Zorg en welzijn

HP640 Sociale Netwerken

-525

HP674 Maatschappelijke ondersteuning

-2.407

HP675 Specialistische ondersteuning

2.290

Overige afwijkingen

541

-101

04

Jeugd en onderwijs

HP409 Specialistische ondersteuning

-904

Overige afwijkingen

1.087

183

05

Cultuur

Overige afwijkingen

498

498

06

Sport en recreatie

Overige afwijkingen

-215

-215

07

Economisch beleid en werkgelegenheid

HP340 Economische en industriele zaken

815

Overige afwijkingen

-21

794

08

Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

HP880 Grondexploitatie

1.452

Overige afwijkingen

890

2.342

09

Stedelijke vernieuwing

HP815 Stadsvernieuwing algemeen

-2.585

Overige afwijkingen

454

-2.131

10

Verkeer en mobiliteit

HP250 Verkeer en vervoer beleid

684

Overige afwijkingen

-7

677

11

Openbare ruimte en natuurbescherming

HP210 Wegen

4.014

HP580 Groenvoorzieningen & natuur excl.recrea.

614

Overige afwijkingen

86

4.714

12

Milieu

HP760 Rioleringen

-1.061

Overige afwijkingen

366

-695

13

Bestuur en organisatie

HP003 College van B&W

689

HP910 Organisatie algemeen

-2.772

Overige afwijkingen

-9

-2.092

14

Algemene dekkingsmiddelen

HP970 Algemene rijksuitkeringen/gemeentefonds

1.237

HP991 Overhead

-1.267

Overige afwijkingen

186

156

Gerealiseerd resultaat Jaarverantwoording 2017

4.606

Het jaarrekeningresultaat is de optelsom van de resultaten op de diverse programma's en hoofdproducten en bestaat uit zowel positieve als negatieve afwijkingen ten opzichte van de vastgestelde begroting. De afwijkingen ten opzichte van de begroting zijn hieronder beknopt toegelicht. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de toelichtingen per programma.

Toelichting op in de tabel opgenomen afwijkingen
Programma 1 Veiligheid en handhaving (€ 141.000 voordelig)
Het ten opzichte van de begroting gunstiger saldo na mutaties reserves bij Veiligheid en handhaving van € 141.000 wordt vooral veroorzaakt door lagere kosten op het gebied van de brandveiligheidstoets. Tot op heden is er geen noodzaak geweest om op dit gebied extra in te zetten (voordeel € 78.000).

Programma 2 Werk en inkomen (€ 336.000 voordelig)
De hoofdproducten 602 en 621 vormen samen met hoofdproduct 618 gezamenlijk de financiële middelen voor de uitvoering van de Participatiewet. Op de uitvoering van de Participatiewet is een voordelig saldo gerealiseerd. Dit wordt voornamelijk verklaard door een herwaardering van de debiteurenpositie van uitkeringsgerechtigden die Helmond heeft overgedragen aan Senzer, die gunstiger uitgevallen is dan begroot. Het bedrag van de herwaardering is bij de jaarrekening, ten opzichte van de afgegeven prognose bij de 2e bestuursrapportage 2017, naar boven bijgesteld met € 139.000.
Daarnaast heeft Helmond van het Rijk een hogere bijdrage ontvangen voor de begeleiding van statushouders. De hogere bijdrage is het gevolg van een hoger aantal statushouders en een verhoogde bijdrage per statushouder. Het ontwikkelen van beleid en in uitvoering brengen is pas op gang gekomen nadat de verhoogde middelen beschikbaar zijn gekomen. Dat verklaart waarom er in 2017 een gedeelte (€ 188.000) van het beschikbare budget niet benut is.

Programma 3: Zorg en welzijn (€ 101.000 nadelig)
De hoofdproducten 640, 674, 675 (en de hoofdproducten 642, 673 en 676) vormen gezamenlijk de financiële middelen voor de uitvoering van het versterken van de voorliggende voorzieningen (sociale netwerken, basisvoorzieningen en maatschappelijke ondersteuning). Uitgaven verlopen voornamelijk via het subsidieprogramma Versterken Lokale Netwerken. Het subsidieprogramma is in 2017 uitgevoerd binnen de hiervoor beschikbare ramingen op Programma 3 en 4 (totaalpakket). Op programma 3 is een nadeel t.o.v. de begroting gerealiseerd van € 552.000. Hier staat een voordeel tegenover t.o.v. de begroting op programma 4 van € 693.000.

Tevens is er in het programmasaldo nog een bedrag van circa € 1.300.000 opgenomen op dit programma dat betrekking heeft op niet voorziene kosten vanuit 2016 m.b.t. WMO persoonlijke ondersteuning. Het betreft prestaties van zorgaanbieders die in 2016 geleverd zijn, maar die pas in 2017 in de financiële administratie gekomen zijn.
Ten tijde van de jaarafsluiting 2017 (derhalve na afloop van het verantwoordingsjaar) heeft een integrale screening van de subadministraties / tussenrekeningen plaatsgevonden en zijn deze kosten toen pas naar voren gekomen. Hierdoor kon deze aanpassing niet meer tijdig aan de gemeenteraad worden gemeld. Wel is de gemeenteraad via de rekenkamercommissie bij brief van 18 januari 2018 door het college geïnformeerd over de accountantsbevindingen uit de interimcontrole 2017, zoals gerapporteerd in de managementletter 2017. Hierin is ook nadrukkelijk stil gestaan bij en aandacht gevraagd voor de aansluitproblematiek m.b.t. de diverse tussenrekeningen / subadministraties. Dit heeft geresulteerd in de voorgenoemde integrale screening en correctie bij het jaarafsluitingsproces.

Programma 4: Jeugd en onderwijs (€ 183.000 voordelig)
Het hoofdproduct 409 geeft inzicht in de beschikbare financiële middelen voor de uitvoering van Jeugdzorg door de gemeente Helmond. Dit product laat in de jaarrekening een nadeel zien van circa € 1 miljoen. Bij de 2e Berap 2017 is de raad reeds geïnformeerd over een verwacht nadeel op de kosten Jeugdzorg, resulterend in een begrotingswijziging van € 2 miljoen. Uiteindelijk is het nadeel nog € 1 miljoen hoger uitgevallen. Dit heeft twee hoofd oorzaken. Enerzijds is sprake van hogere kosten op grond van afrekeningen / productieverantwoordingen die over 2017 na afloop van het jaar door de zorgaanbieders zijn ingediend. De Jeugdzorg is een open einde regeling.

Anderzijds is nog een bedrag van circa € 500.000 opgenomen op dit programma dat betrekking heeft op niet voorziene kosten vanuit 2016 m.b.t. specialistische ondersteuning Jeugd. Het betreft prestaties van zorgaanbieders die in 2016 geleverd zijn, maar die pas in 2017 in de financiële administratie gekomen zijn.
Ten tijde van de jaarafsluiting 2017 (derhalve na afloop van het verantwoordingsjaar) heeft een integrale screening van de subadministraties / tussenrekeningen plaatsgevonden en zijn deze kosten toen pas naar voren gekomen. Hierdoor kon deze aanpassing niet meer tijdig aan de gemeenteraad worden gemeld. Wel is de gemeenteraad via de rekenkamercommissie bij brief van 18 januari 2018 door het college geïnformeerd over de accountantsbevindingen uit de interimcontrole 2017, zoals gerapporteerd in de managementletter 2017. Hierin is ook nadrukkelijk stil gestaan bij en aandacht gevraagd voor de aansluitproblematiek m.b.t. de diverse tussenrekeningen / subadministraties. Dit heeft geresulteerd in de voorgenoemde integrale screening en correctie bij het jaarafsluitingsproces.

De overige afwijkingen van in totaal € 1,1 miljoen voordeel hebben voornamelijk betrekking op voorgenoemd subsidieprogramma Versterken Lokale Netwerken (€ 693.000) en onderwijshuisvesting (€ 297.000).

Programma 5: Cultuur (€ 498.000 voordelig)
Het per saldo gunstiger resultaat van € 498.000 dan begroot na mutaties reserves is vooral veroorzaakt door het Museum met enerzijds een voordelig saldo op de kapitaallasten (ca. € 96.000) en anderzijds een positief resultaat op de exploitatie van het Museum (ca. € 111.000).

Programma 6: Sport en recreatie (€ 215.000 nadelig)
Het tekort ten opzichte van de begroting met € 215.000 komt vooral door een toevoeging van € 396.000 aan de egalisatie reserve onderhoud buitensport. Dit wordt veroorzaakt door het doorschuiven van werkzaamheden in verband met de voorgenomen ontwikkelingen op sportparken in de komende jaren.

Programma 7: Economisch beleid en werkgelegenheid (€ 794.000 voordelig)
Het voordelige resultaat t.o.v. de begroting is ontstaan doordat het instellen van een Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties vertraging heeft opgelopen. De voor 2017 geraamde bijdrage van € 880.780 is daardoor in 2017 niet gerealiseerd.

Programma 8: Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting (€ 2.342.000 voordelig)
Het voordelig saldo op de grondexploitatie (HP 880) is als volgt te specificeren:

In miljoenen

Winstnemingen op 9 grondexploitaties

7,03

Resultaat op restexploitaties

0,06

Aanpassing voorziening verlieslatende grondexploitaties

-7,17

Rente over voorziening verlieslatende grondexploitaties

1,53

Totaal resultaat 2017

1,45

De overige afwijkingen ad € 890.000 betreffen vooral hogere legesinkomsten voor Wabovergunningen (HP 840 € 268.000), lagere uitgaven in het eerste jaar voor het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (HP 850 € 205.000) en opbrengsten uit Facilitair grondbeleid als gevolg van vier in 2017 gesloten overeenkomsten (HP 885 € 173.000).

Programma 9: Stedelijke vernieuwing (€ 2.131.000 nadelig)
De stedelijke vernieuwing laat per saldo ten opzichte van de begroting een nadelig resultaat zien van € 2,1 miljoen. De overschrijding wordt veroorzaakt door een incidentele afboeking van € 2.835.000 (HP815). Dit betreft de afboeking van de restant boekwaarde van de investeringen stedelijke vernieuwing over de jaarschijven 1989 tot en met 1994, waarvan de economische levensduur inmiddels bleek te zijn verstreken. Ten tijde van de jaarafsluiting 2017 (derhalve na afloop van het verantwoordingsjaar) heeft een integrale screening van de materiële vaste activa plaatsgevonden en is dit pas naar voren gekomen. Hierdoor kon deze aanpassing niet meer tijdig aan de gemeenteraad worden gemeld. Deze overschrijding heeft niets te maken met het niet of anders uitvoeren van het door de raad vastgestelde beleid binnen dit programma.

De post Overige afwijkingen wordt voor grotendeels verklaard doordat het beschikbare budget voor centrumontwikkeling in 2017 voor een belangrijk deel nog niet besteed is. De diverse projecten op het gebied van leegstandsbestrijding, acquisitie van nieuwe winkels, vergroening en het verbeteren van verbindingen in het centrum zijn wel gestart in 2017, maar vergden meer voorbereidingstijd dan was voorzien. Deze zullen derhalve in 2018 tot uitvoering komen.

Programma 10: Verkeer en mobiliteit (€ 677.000 voordelig)
Het positieve saldo ten opzichte van de begroting van € 677.000 wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt doordat verschillende projecten op dit beleidsveld eerst in 2018 tot verdere uitvoering komen. In de begroting 2017 was reeds geraamd dat de projecten in 2017 al tot uitvoering zouden gaan komen (dus zowel kosten als subsidiebijdragen van mede overheden).

Programma 11: Openbare ruimte en natuurbescherming (€ 4.714.000 voordelig)
Bij HP 210 zijn de lasten circa € 4 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Door gewijzigde verslaggevingsvoorschriften is circa €3,5 miljoen aan oorspronkelijk onderhoudslasten aangemerkt als investering (meerjarig nut). In de jaarrekening zijn deze kosten derhalve geactiveerd en drukken zij niet langer meer als onderhoudskosten op de exploitatie (zie verder paragraaf 5.3 onderhoud kapitaalgoederen). Dit levert eenmalig een voordeel op in 2017. Echter, vanaf 2018 zullen deze geactiveerde kosten leiden tot kapitaallasten in plaats van onderhoudslasten.
Daarnaast is op de kapitaallasten een voordeel van 0,8 miljoen.

HP 580 Groenvoorzieningen & natuur exclusief recreatie laat een voordelig saldo zien van € 614.000. Dit komt vooral door lagere onderhoudskosten dan begroot eveneens door activering onder de materiële vaste activa.

Programma 12: Milieu (€ 695.000 nadelig)
Bij HP 760 Rioleringen is een nadelig saldo en opzichte van de begroting na mutaties reserves van € 1,1 miljoen. Het nadelige resultaat t.o.v. de begroting wordt in belangrijke mate veroorzaakt door een hogere dan geraamde toevoeging aan de voorziening rioleringslasten. Het resultaat van de exploitatie rioleringen wordt verrekend met de voorziening rioleringen. In de methodiek van de resultaatsbepaling op de uitvoering van het rioleringsproduct heeft t.o.v. voorgaande jaren een verdere aanscherping plaats gevonden. Bij de resultaatsbepaling op riolering worden overigens ook kosten toegerekend die niet op dit programma landen. Dit heeft geleid tot een hogere dotatie aan de voorziening rioleringslasten dan geraamd. Behaalde "voordelen" op de exploitatie t.o.v. de gerealiseerde opbrengsten uit rioolheffingen moeten in de voorziening beschikbaar blijven voor inzet in toekomstige jaren op de activiteiten m.b.t. rioleringsaanleg, - beheer en -onderhoud.

Programma 13: Bestuur en organisatie (€ 2.092.000 nadelig)
Bij HP003 College van B&W is sprake van een voordelig saldo ten opzichte van de begroting van € 689.000. Het voordelig resultaat t.o.v. de begroting wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere loonkosten dan geraamd voor het college en reguliere pensioenkosten voor voormalig wethouders (€ 318.000). Daarnaast is een voordeel van circa € 270.000 ontstaan als gevolg van een vrijval uit de voorziening wethouderspensioenen als gevolg van het overlijden van een voormalig wethouder.

Bij HP 910 Organisatie algemeen is sprake van een nadelig saldo ten opzichte van de begroting van € 2.772.000. Dit nadelig saldo t.o.v. de begrote lasten wordt enerzijds veroorzaakt door een deels nog niet ingevulde bezuinigingstaakstelling m.b.t. organisatie van circa € 1.385.000. De oorspronkelijke taakstelling bedroeg circa € 5,8 miljoen. Over de stand van zaken / voortgang van de organisatieontwikkeling en de daarmee samenhangende bezuinigingstaakstelling is de gemeenteraad in het najaar van 2017 geïnformeerd.

Anderzijds is sprake van een aantal afwikkelingsverschillen waarvan de oorsprong ligt / is terug te voeren naar voorgaande jaren (circa € 1,1 miljoen). Ten tijde van de jaarafsluiting 2017 (derhalve na afloop van het verantwoordingsjaar) heeft een integrale screening van de subadministraties / tussenrekeningen plaatsgevonden en is dit pas naar voren gekomen. Hierdoor kon deze aanpassing niet meer tijdig aan de gemeenteraad worden gemeld. Wel is de gemeenteraad via de rekenkamercommissie bij brief van 18 januari 2018 door het college geïnformeerd over de accountantsbevindingen uit de interimcontrole 2017, zoals gerapporteerd in de managementletter 2017.
Hierin is ook nadrukkelijk stil gestaan bij en aandacht gevraagd voor de aansluitproblematiek m.b.t. de diverse tussenrekeningen / subadministraties. Dit heeft geresulteerd in de voorgenoemde integrale screening en correctie bij het jaarafsluitingsproces.
Deze overschrijding heeft niets te maken met het niet of anders uitvoeren van het door de raad vastgestelde beleid binnen dit programma.

Algemene dekkingsmiddelen, VPB en Onvoorzien (€ 156.000 voordelig)
Het voordelig saldo na mutaties reserves ten opzichte van de begroting bij HP970 Algemene rijksuitkeringen/gemeentefonds van € 1,2 miljoen komt vooral door ontvangen nabetalingen door het Rijk in 2017.
Bij HP 991/992 is een nadeel ten opzichte van de begroting ontstaan ad circa € 1,3 miljoen. Dit nadeel wordt in belangrijke mate veroorzaakt doordat, als gevolg van aangescherpte verslaggevingsvoorschriften (BBV), de reeds in voorgaande jaren gemaakte en destijds geactiveerde automatiseringskosten (licenties, implementatiekosten, nieuwe applicaties, et cetera) alsnog ten laste van de exploitatie zijn verantwoord . Normaliter zouden deze kosten onderdeel uitmaken van de doorbelasting overhead naar de inhoudelijke raadsprogramma's. Gegeven het incidentele karakter van deze mutatie is dit verder achterwege gebleven.